Verduurzamen diervoeder

Het versnellingsproject ‘Verduurzamen Diervoeder’ dat inmiddels is afgerond, richtte zich in eerste instantie op het zoeken en benutten van alternatieve eiwitbronnen voor veevoer om de afhankelijkheid van soja uit Zuid Amerika omlaag te brengen. Maar daarnaast ook op andere aspecten van duurzaam voer. Zo gedijen koeien, varkens en kippen het beste in een gezonde omgeving en met de juiste voedingsstoffen. Naast stalklimaat en verzorging zijn milieu en dierenwelzijn gediend met goede en efficiënte voeding en met de goede samenstelling van eiwitten in veevoer.

Het project heeft samen met diervoederproducenten in kaart gebracht welke Europese eiwitbronnen nu en in de toekomst een duurzame aanvulling c.q. vervanging kunnen zijn voor Zuid Amerikaanse soja. Daarbij zijn als alternatieven onder andere genoemd: Nederlandse soja en insecten in veevoer. In een workshop met bedrijfsleven en in samenwerking met onderzoekers van de WUR in het programma Feed4Foodure bleek daarnaast behoefte aan aanvullende kennis en inzicht over het gebruik van algen als hoogwaardige grondstof voor veevoer en synthetische aminozuren in veevoer. En kwam tevens de vraag om een modelvoer te maken dat als referentie dient (duurzaamheidsbenchmark).

varkensvoer-duurzamer.jpg

Voldoende goed eiwit in voer

Optimaal veevoer moet voldoende energie en de goede eiwitten hebben voor de opbouw en het onderhoud van het dier en dus ook voor de delen die mensen als voedsel waarderen: vooral melk, spiermassa en eieren. Tot nu toe is soja de meest gevraagde eiwitrijke bron voor veevoer, door de sterke combinatie van voederwaarde, prijs-kwaliteitverhouding en feedprint. Maar Zuid Amerikaanse soja is ook omstreden en ook wil de EU graag toe naar een hogere zelfvoorzieningsgraad van eiwitten. Algemeen wordt voor Nederland als doel gesteld dat 50% van het eiwitrijke veevoer uit de EU zelf afkomstig moet zijn (in 2020). Dat is nu nog maar 34 – 35 % .  Europese soja is één van de opties. Ook alternatieve grondstoffen voor veevoer zijn gewenst, maar dan wel onder ongeveer dezelfde nutritionele randvoorwaarden, economische haalbaarheid en inpasbaarheid en zonder negatieve duurzaamheidseffecten.

Essentiële aminozuren: minder lysine in voer voor biggen en zeugen

Er zijn 20 aminozuren bekend in eiwit. Niet alle aminozuren in voedsel en veevoer zijn even rijk vertegenwoordigd. Wanneer er een tekort is hangt af van soort en leeftijd van het dier. Lysine bijvoorbeeld is een essentieel aminozuur voor eiwitvorming in spieren van jonge biggen. De efficiënte omzetting van voer in spiermassa is afhankelijk van voldoende beschikbaarheid van lysine. Tekorten aan dit aminozuur leiden tot minder goede omzetting en de verspilling van voer en grondstoffen. Behalve soja zijn er weinig eiwitrijke grondstoffen bekend die de juiste samenstelling aan aminozuren, waaronder lysine, bevatten. Diermelen en insecten worden daarbij genoemd, maar kennen, mede door de wet- en regelgeving, nog beperkte toepassingen. Gebruik van algen biedt ook mogelijkheden. Het verbeteren van de beschikbaarheid van een aminozuur als lysine kan een kans zijn om de algehele opname van eiwit voor het dier te verbeteren. Schothorst heeft vergelijkend onderzoek gedaan naar de optimalisatie van lysine  in biggenvoer en voer voor lacterende zeugen op basis van de beschikbare praktijkgegevens. Maar wanneer geen soja wordt gebruikt, blijkt dit voer bij de huidige marktprijzen een stuk duurder te worden.

Europese soja in plaats van Zuid-Amerikaanse

europese-sojateelt-in-nederland.png

Veevoerbedrijven maken van (rest)stromen gebruik.  Het verhogen van de efficiëntie van andere ketens is een verdienste van de veevoersector. Kan soja daarom niet (deels) worden vervangen? Door de WUR is gerekend aan de effecten op de CO2 footprint bij het één op één vervangen van Zuid-Amerikaanse soja.  Dat kan op verschillende manieren. De mogelijke vervanging door diermeel (i.c. pluimveevleesmeel) en door Europese soja pakken daarbij licht positief uit. Ook DDGS als reststroom van energiewinning wordt positief beoordeeld. Van insecten zoals de Black Soldier Fly zijn nog te weinig gegevens bekend. Er zijn meer reststromen uit de voedselindustrie, bijv. bierbostel en bietenperspulp, maar die zijn niet onderzocht op hun klimaatvoetafdruk. Er zijn in Nederland ook teelten van vlinderbloemigen zoals lupinen en erwten die eiwitrijk veevoer opleveren, zelfs soja. Jarenlang is er niets gedaan aan de veredeling van inheemse vlinderbloemigen. De voetafdruk van deze teelten gemeten naar de eiwitbehoefte van het dier is hoog. Maar lupinen, erwten en dergelijke kunnen een goede basis zijn voor het telen van veevoer omdat ze passen bij een betere vruchtwisseling en bodemvruchtbaarheid. Bovendien kunnen ze bijdragen aan het sluiten van de mineralenkringloop in een regionale productieketen.

Algen als kans

Een voer bestaat niet alleen uit eiwit, maar ook uit energie. Om soja te kunnen verslaan in de mondiale voederketen, bij de grootschalige productie van eiwitrijk veevoer, is vooralsnog een moeilijk verhaal. Algen zouden wellicht een optie kunnen zijn. Algen zijn een grote groep soorten, van micro-algen tot wieren. Waar traditionele landbouwgewassen  1 tot 2 ton eiwit per hectare  behalen, leveren micro-algen bijna het tienvoudige. Tot wel 7 á 13 ton . Algen gedijen in voedselrijk water en warmte en zouden geteeld kunnen worden op reststromen, zoals van mest en rookgassen. Acrres in Lelystad, een onderdeel van de WUR, doet onderzoek naar de algenteelt. Het vergt de nodige inspanningen om technieken te verbeteren en risico’s en kosten te verminderen. Kans is evenwel algen in een scala van mogelijkheden toe te passen, zowel in veevoer als in gezondheid bevorderende humane toepassingen.

Duurzaam modelvoer

Duurzaam voer heeft geen grote milieu-footprint (LCA) en geen negatieve effecten op natuur- en milieu. Daarnaast moet het voer een efficiënte vertering opleveren waardoor er met minder voer evenveel of zelfs een hogere dierlijke productie kan worden verkregen.  De samenstelling van de grondstoffen is belangrijk, maar duurzaamheid heeft ook een economische kant. Er is niets mis met andere eiwitbronnen zoals erwten, lupinen, insecten of het benutten van natte reststromen in veevoer, integendeel. De rentabiliteit van grootschalige veevoerproductie wordt echter wel bepaald door de prijs van eiwitten uit grondstoffenstromen op de wereldmarkt, zoals soja. De marges in veevoer zijn klein. Prijs en beschikbaarheid (leveringszekerheid) van grondstoffen spelen daarbij een dominante rol. Concurrentie dwingt tot efficiëntie. Efficiëntie hoeft niet ten koste te gaan van duurzame randvoorwaarden bij de teelt en productie. Voer moet naast economisch verantwoord ook maatschappelijk geaccepteerd zijn. Er zijn daarbij minimaal 7 aandachtspunten bij een modelvoer.

Transparantie over gebruik en effecten is bij alle van belang:

  • Minimaliseer klimaateffect inclusief land use (te berekenen met Feedprint)
  • Behoud bodemvruchtbaarheid (let bijvoorbeeld op vruchtwisseling, teeltwijze van de grondstoffen)
  • Bescherm de leefomgeving (minimaliseer belasting van leefmilieu)  
  • Behoud biodiversiteit: herkomst grondstoffen (geen aantasting regenwoud of andere habitats)
  • Gebruik reststromen (draag bij aan beperken verspilling van andere grondstoffenstromen)
  • Geen verdringing van primaire humane voedselproductie  
  • Creëer geen nieuwe, niet duurzame afhankelijkheidsrelatie

Resultaten

Van 2013 tot medio 2015 zijn projecten uitgevoerd voor het verduurzamen van veevoer. Kansen voor alternatieven zijn onderzocht. De volgende kansenkaarten zijn daarbij door Natuur & Milieu en Nevedi gepubliceerd:

  • Gebruik van Europese soja ism Agrifirm
    Soja biedt een hoger eiwitgehalte en een betere aminozuursamenstelling dan voedererwt en veldboon. Overzicht van de belofte van Europese soja en aanbevelingen. Zie kansenkaart
  • Gebruik vochtrijke diervoeders ism DuynieBeuker
    Die akkerbouwproducten die niet worden aangewend als voedsel vormen een stabiele grondstoffenstroom voor de diervoederindustrie. Zie kansenkaart
  • Gebruik van insekten ism Coppens diervoeding
    Een eiwitrijke bron die als hoogwaardige veevoergrondstof is in te zetten, zeker als het substraat van reststromen afkomstig is. Wat zijn de kansen? Zie kansenkaart
  • Gebruik van algen ism Acrres
    Algen bevatten op droge stofbasis vergelijkbare of hogere gehalten ruw eiwit, koolhydraten en vetten dan soja. Overzicht met feiten en aanbevelingen. Zie kansenkaart

 

Betrokken partijen

Verduurzamen veevoer is een samenwerkingsproject van Natuur & Milieu en Nevedi (Nederlandse Vereniging Diervoederindustrie).
natuur-en-milieu-logo-3.pngLogo Nevedi

Andere eiwitbron

verduurzamen-veevoeder-udv.jpg

 

udv-algenkaart-duurzamer-veevoeder.png
Algenkansenkaart

Ambities

Verduurzamen Diervoeder sluit aan bij de volgende ambities van de UDV:

  • 02. Klimaat
  • 03. Soortenrijkdom globaal
  • 05. Mineralen
  • 10. Diergezondheid

Speerpunten

Verduurzamen Diervoeder sluit aan bij het volgende UDV speerpunt: