15 ambities

De Nederlandse veehouderij is integraal duurzaam als zij dierlijke producten en allerlei andere economisch of maatschappelijk gewenste waarden produceert, op een manier die maatschappelijk én economisch langdurig vol te houden is, niet ten koste gaat van mensen en dieren, en de draagkracht van de aarde niet overstijgt. Dat is het uitgangspunt voor het bepalen van ambities op deelterreinen. 


Deze ambities zullen als basis dienen voor het formuleren van concretere keten- en sectordoelen voor 2020. Streven is deze in 2015 voor 2020 te formuleren. Hiervoor zal komend najaar een eerste inventarisatie worden gemaakt in samenspraak met de diverse initiatieven die er lopen om de veehouderij te verduurzamen.

udv-15-ambities-schema-2015.png

1. Fossiele energie

 

2. Klimaat

 

3.  Soortenrijkdom globaal

De Nederlandse veehouderij gebruikt geen energie uit eindige bronnen, zoals fossiele brandstoffen, zowel op het primaire bedrijf als in de ketenschakels ervoor en erna.

 

De Nederlandse veehouderij heeft naar rato bijgedragen aan het beperken van de globale temperatuurstijging tot maximaal 2°C

 

De Nederlandse veehouderij draagt bij aan het behoud en uiteindelijk herstel van soorten wereldwijd.

         

4. Soortenrijkdom nationaal

 

5.  Mineralen

 

6.  Bodemkwaliteit

Gewenste soortenrijkdom in natuurgebieden wordt niet beperkt door de Nederlandse veehouderij. Ze herstelt de soortenrijkdom op eigen grond.

 

De Nederlandse veehouderij gebruikt alleen mineralen uit niet-gemijnde bronnen, zowel op het primaire bedrijf als in de ketenschakels ervoor. Daardoor zijn er geen eindige voorraden mineralen meer nodig voor de dierlijke productie.

 

De grond die voor en door de Nederlandse veehouderij wordt gebruikt blijft geschikt voor toekomstige landbouwkundige en andere toepassingen.

         

7. Watervoorraad

 

8. Waterkwaliteit

 

9. Dierenwelzijn

De Nederlandse veehouderij draagt niet bij aan de uitputting van strategische watervoorraden.

 

De Nederlandse veehouderij houdt het grond- en oppervlaktewater op, onder en rond haar bedrijven zuiver, zodat het geschikt blijft als basis voor drinkwater, en als vitaal ecosysteem.

 

Dieren in de Nederlandse veehouderij kunnen hun hele leven lang volledig voorzien in hun ethologische behoeften en die zonder pijn of beperkingen uitvoeren. Routinematige ingrepen aan het dier vinden niet meer plaats.

         

10.  Diergezondheid

 

11. Volksgezondheid

 

12. Lokale verbinding

Dieren in de Nederlandse veehouderij zijn gezond, en in staat dat te blijven zonder structurele medicatie.

 

Burgers worden niet ziek vanwege de Nederlandse veehouderij. Niet via het voedsel en niet via andere routes.

 

Nederlandse veehouderijbedrijven zijn een vanzelfsprekend en geaccepteerd onderdeel van hun lokale omgeving. De omgeving ervaart geen noemenswaardige overlast.

         

13. Rentabiliteit

 

14. Arbeid

 

15. Kennis, leer- vermogen & innovatie

De Nederlandse veehouderij is rendabel.

 

Arbeid in de Nederlandse veehouderij is aantrekkelijk, goed vol te houden tot de pensioengerechtigde leeftijd, en wordt goed beloond.

 

De Nederlandse veehouderij is door kennis & innovatie in staat om zich continu aan te passen aan veranderende omstandigheden.

4 sporen

De partijen die in de UDV samenwerken hebben een aanpak voor integraal verduurzamen gekozen en die bestaat uit vier sporen:

15-ambities-udv.png


1. Lange termijn ambities

Vaststellen met de huidige kennis welke thema’s bij verduurzamen aan de orde zijn en het benoemen van de lange termijn ambities voor elk van die thema’s. Deze lange termijn ambities dienen vervolgens als richtingaanwijzer. Alle partijen die een rol spelen bij verduurzamen van de sectoren moeten regelmatig hun inspanningen herijken aan de hand van deze thema’s.

2. Stimuleringspakket voorlopers

Definiëren welke praktijk op een bepaald moment voor een bepaalde sector als integraal duurzaam wordt beoordeeld. De praktische mogelijkheden voor bedrijven in de primaire sector en ketens bepalen daarbij welke doelstellingen op welke duurzaamheidsthema’s behaald worden. Hieruit volgt een stimuleringspakket voor voorlopers, de ondernemers die grote stappen zetten en daarmee verkennen wat wel en wat niet kan.

3. Ketenafspraken

Via ketenkwaliteitssystemen en inkoopvoorwaarden een ondergrens garanderen in de keten, zodat
alle bedrijven meedoen.

4. Innovaties

Om de verkoop van duurzame producten te stimuleren zijn nieuwe product-markt-innovaties nodig. Daarnaast zijn er op alle niveaus in de keten systeeminnovaties nodig, waarmee productieprocessen verduurzamen.